Fleur Jongepier (1986)

Fleur Jongepier (1986)

Fleur Jongepier studeerde filosofie aan de Universiteit Utrecht (bachelor) en de Radboud Universiteit (research master, summa cum laude), waar ze ook haar PhD behaalde. Tevens is ze medeoprichter en hoofdredacteur van het filosofieblog Bij nader inzien, en coauteur van Ik: filosofie van het zelf (Boom, 2017). Momenteel werkt ze aan de Universiteit van Cambridge, waar ze als postdoc onderzoek doet naar de rol en de waarde van zelfkennis in het hedendaags liberalisme.

HET ATOMISME VOORBIJ

In het debat over zelfkennis staren filosofen zich blind op de procedures waarmee die kennis tot stand komt, vindt Fleur Jongepier. Alle aandacht gaat naar de (on)mogelijkheid van methodes zoals introspectie of delibereren. Terwijl de omstandigheden waarin de zelfkennis tot stand komt – bijvoorbeeld kalmte of boosheid, vrijheid of onderdrukking – veel belangrijker zijn. Tijdens haar PhD onderzocht Fleur de rol van die omstandigheden. In haar huidige onderzoek neemt ze de politiek-sociale context van zelfkennis verder onder de loep.

Bij zelfkennis denken de meeste mensen aan het ‘Ken uzelf’ van de oude Grieken: kennis van je diepste angsten en drijfveren, van je positieve en minder positieve kanten. Het gaat hen om de vraag wie je ‘echt’ bent en hoe je daar je leven naar kunt inrichten. Dit soort zelfkennis is moeilijk te verkrijgen en makkelijk te verliezen. Vaak is het ook onduidelijk of je over dit soort zelfkennis beschikt.

Hedendaagse filosofen houden zich meestal met een ander type zelfkennis bezig. Een bekend voorbeeld hiervan is: wanneer ik denk ‘Het regent!’ weet ik ook gelijk dat ik denk dat het regent, en ik weet dat heel zeker. En die kennis is makkelijk te verkrijgen.

Dit tweede type zelfkennis lijkt weinig opzienbarend, maar speelt een belangrijke rol in ons dagelijks leven. Als je zegt dat je zin hebt in koffie, moe bent of overweegt ontslag te nemen, dan neem ik je meestal op je woord. Ik schrijf je een bepaalde autoriteit toe: onder normale omstandigheden zal ik jou bijvoorbeeld niet vragen: ‘Hoe weet je eigenlijk dat je zin hebt in koffie en niet thee?’; en ik ga je niet corrigeren met een opmerking in de trant van: ‘Je wilt helemaal geen ontslag, je wilt op vakantie’.

Het toeschrijven van dat soort autoriteit berust op het idee dat anderen hun eigen gedachtes en gevoelens het beste kennen. Eenzelfde veronderstelling ligt mogelijk ook ten grondslag aan een politiek instituut als het stemrecht. De gedachte is dan dat mensen zelf het beste kunnen beslissen om CDA of PVV te stemmen, omdat ze dat zelf het beste weten.

Dronken of depressief

Een belangrijke stelling uit mijn proefschrift is dat filosofen zich minder moeten blindstaren op de procedures die zelfkennis mogelijk maken, en zich meer moeten bezighouden met de omstandigheden waarin die kennis tot stand komt. Als je dronken of depressief bent, kun je nog zoveel aan introspectie doen of delibereren – dus een bepaalde procedure volgen – maar daar zal vaak geen zelfkennis uit volgen. Dat lijkt een triviaal punt, maar het lijkt nog niet goed te zijn doorgedrongen binnen de filosofie.

Met mijn dissertatie heb ik een eerst stap gezet in het onderzoek naar de omstandigheden die relevant zijn voor het verkrijgen van zelfkennis. Dat zijn de aanwezigheid of afwezigheid van lichamelijke omstandigheden zoals honger, dorst of pijn; emotionele factoren zoals woede, blijheid, opluchting, stress of verliefdheid; en sociaal-politieke omstandigheden zoals vrijheid van meningsuiting, misleiding door propaganda of onderdrukking. Daarmee verwerp ik wat ik de gangbare ‘atomistische’ benadering van zelfkennis noem: die focust op de juistheid van procedures zoals introspectie of delibereren, en verliest daarmee de context uit het oog waarin die kennis tot stand komt.

In het debat over zelfkennis is de filosofie te ver verwijderd geraakt van de alledaagse werkelijkheid. Dat komt onder andere door de te ver doorgevoerde specialisatie binnen het academisch onderzoek. Zo speelt de discussie over zelfkennis zich bijna volledig binnen de grenzen van de kennisleer af. Andere relevante vakgebieden en disciplines zoals de ethiek, wijsgerige antropologie, sociologie en psychologie, worden er nauwelijks bij betrokken.

“Door de filosofie van zelfkennis weer dichter bij inzichten uit het dagelijks leven te brengen, hoop ik een therapeutische zet aan mijn vakgebied te geven.”

Ook maakt de filosofie te weinig gebruik van inzichten uit ons dagelijks leven. Neem onze overwegingen bij iemands gedachtes en gevoelens. Ook al is die persoon oprecht in zijn uitspraken, dat betekent nog niet dat hij of zij dit echt voelt of denkt. ‘Dat hangt er maar vanaf’, zeggen we dan en verwijzen vervolgens naar de omstandigheden waarin die persoon zich bevindt. Hij was depressief, ze ‘kon niet anders’, of hij echoot simpelweg zijn vader. Door de filosofie van zelfkennis weer dichter bij dat soort inzichten te brengen, hoop ik een therapeutische zet aan mijn vakgebied te geven.

Politieke gevolgen

In mijn huidige onderzoek ga ik dieper in op een van die alledaagse inzichten, namelijk op de overtuiging dat we mensen zo veel mogelijk hun eigen gang moeten laten gaan, omdat zij zelf het beste weten wat goed voor hen is. Ik wil erachter komen hoe die zelfkennis en vrijheid precies met elkaar verbonden zijn. Het is een urgente vraag, lijkt me. Onder invloed van auteurs zoals Daniel Kahneman, bekend om zijn bestseller Ons feilbare denken, en Richard Thaler en Cass Sunstein, de schrijvers van Nudge, is de opvatting dat mensen minder zelfkennis hebben dan we doorgaans aannemen inmiddels wijdverbreid.

Stel dat dit inderdaad zo is, wat voor ethische of politieke gevolgen heeft dit dan? Betekent een gebrek aan zelfkennis bijvoorbeeld dat we de mening of wil van mensen sneller met een korreltje zout moeten nemen? Of, nog extremer, dat instituties personen vaker mogen beïnvloeden of sturen? Zelf denk ik dat we hier voorzichtig mee moeten zijn. Stel dat iemand in sommige situaties geen of onvoldoende zelfkennis heeft, dan is dat nog geen legitieme reden om die persoon bepaalde vrijheden te ontnemen. Dit inzicht verplicht ons echter wel om helderder te krijgen wat dan precies de relatie is tussen liberalisme en zelfkennis, als er al een relatie is.”

Fleur Jongepier, The Circumstances of Self-Knowledge, Radboud Universiteit, Nijmegen, mei 2017.

Voor meer informatie, neem contact op met het  secretariaat van ozsw mail: secretariaat [at] ozsw.nl